„Eine große Pinie stand am Weg, und oben in der Pinie sahen wir aus Brettern etwas wie eine Hütte gebaut, einen Auslug und Hochstand.“
"Een grote pijnboom stond aan de weg, en boven in de pijnboom zagen wij uit planken iets als een hut gebouwd, een uitkijkpost en hoogstand."
„Ich habe Schwindelanfälle, die Nächte sind schlaflos, auch außer der Zeit, da ich auf dem Auslug stehe.“
"Ik heb duizelingen, de nachten zijn slapeloos, ook buiten de tijd dat ik op de uitkijkpost sta."