
wangholte- een van de twee tussenruimten in de mond tussen de zijdelingse tanden en het slijmvlies buiten de tanden (leeg of gevuld)
einer der zwei Zwischenräume im Mund zwischen seitlichen Zähnen und der Schleimhaut außerhalb der Zähne (leer oder gefüllt)
bilhelft- een helft van het zitvlak
eine Hälfte des Gesäßes
klembek- op het werkstuk of een rem aangrijpend deel van een werktuig, bijvoorbeeld van een tang
am Werkstück (oder einer Bremse) angreifendes Teil eines Werkzeugs, zum Beispiel einer Zange
wangstuk- het vlak aan een geweerkolf waartegen de wang rust
die Fläche an einem Gewehrkolben, an dem die Wange anliegt
wang- vlees tussen tanden en buitenlucht, met inbegrip van het slijmvlies binnen en de huid buiten
Fleisch zwischen Zähnen und Außenluft, einschließlich der Schleimhaut innen und der Haut außen
gezichtswang- huidoppervlak tussen neus en mond enerzijds en een oor anderzijds
Haut-Oberfläche zwischen Nase und Mund einerseits und einem Ohr andererseits