„In dem kleinen Birkenwäldchen, jenseits der Schachtgebäude hockte Alientje.“
“In het kleine berkenbosje, aan de andere kant van de schachtgebouwen, zat Alientje gehurkt.”
„Sie ritten durch die sommerliche Blumenpracht der Camargue, zwischen stark duftenden Sträuchern und aufgelockerten Birkenwäldchen, bis sie an ein offenes Wasser kamen.“
“Zij reden door de zomerse bloemenpracht van de Camargue, tussen sterk geurende struiken en open berkenbosjes, tot zij bij een open water kwamen.”