Die Botschaft hör’ ich wohl, allein mir fehlt der Glaube (Goethe)
De boodschap hoor ik wel, maar het geloof ontbreekt mij (Goethe)
„Meine Botschaft an die Schüler war ziemlich einfach: Redet mit den Ältesten im Dorf, fragt sie nach ihren Erfahrungen, Kenntnissen und Geschichten, schreibt alles auf.“
"Mijn boodschap aan de leerlingen was vrij eenvoudig: praat met de oudsten in het dorp, vraag hun naar hun ervaringen, kennis en verhalen, schrijf alles op."
2
ambassade- een diplomatieke vertegenwoordiging van een staat in het buitenland
eine diplomatische Vertretung eines Staates im Ausland
Mein Mann arbeitet für die deutsche Botschaft.
Mijn man werkt voor de Duitse ambassade.
„Martha, von Beruf Journalistin, organisiert das gsellschaftliche Leben der Botschaft und lernt dabei viele ausländische Diplomaten, aber auch viele Vertreter des NS-Regimes kennen.“
"Martha, journaliste van beroep, organiseert het sociale leven van de ambassade en leert daarbij veel buitenlandse diplomaten, maar ook veel vertegenwoordigers van het naziregime kennen."