„Nun kam einer, der mir gefiel, ein Effendi mit dunkelgrünem Tarbusch auf dem Kopf, dem osmanischen Fez.“
„Nu kwam er een die mij beviel, een effendi met een donkergroene tarboesj op het hoofd, de Ottomaanse fez.“
„Marokkaner mit roten Fezen auf den Köpfen sind dabei, die Trichter zuzuschütten.“
„Marokkanen met rode fezzen op de hoofden zijn bezig de trechters dicht te gooien.“