grammatische Funktionen, Kategorien, die durch Flexion ausgedrückt werden.
Die Wortform "Hutes" drückt die Flexionskategorien Genitiv und Singular aus. Die Wortform "(ich) hätte" drückt die Flexionskategorien 1. Person, Singular, Präteritum und Konjunktiv aus.
De woordvorm "hoeds" drukt de flexiecategorieën genitief en enkelvoud uit. De woordvorm "(ik) zou hebben" drukt de flexiecategorieën 1e persoon, enkelvoud, verleden tijd en conjunctief uit.
„Die Kasuskategorie Nom gehört zu den Flexionskategorien des Substantivs.“
„De casuscategorie nom behoort tot de flexiecategorieën van het substantief.“