Sie saßen am Flussufer und schauten aufs Wasser.
Zij zaten aan de rivieroever en keken naar het water.
„Über den Bäumen am jenseitigen Flussufer sah Macomber Geier kreisen und steil herabstoßen.“
„Over de bomen aan de tegenoverliggende rivieroever zag Macomber gieren cirkelen en steil naar beneden storten.“