„Der sinnenfreudige, denkende Mensch verachtet die Gefräßigkeit, die Hurerei und die brutale Rache in einer ersten Zornesaufwallung.“
„De zinnenlustige, denkende mens veracht de vraatzucht, de hoererij en de brute wraak in een eerste opwelling van woede.“
„Ich weiß nicht, weshalb Begräbnisse appetitanregend sind, aber zwei innerhalb von so kurzer Zeit, das von Carlota und das von Luis, haben bei Pepa eine beleidigende Gefräßigkeit ausgelöst.“
„Ik weet niet waarom begrafenissen eetlustopwekkend zijn, maar twee in zo korte tijd, die van Carlota en die van Luis, hebben bij Pepa een beledigende vraatzucht veroorzaakt.“