„Die rostroten Stahlträger sind entblößt, die Glaswatte türmt sich zu dreckigen Haufen, Dutzende Kabel hängen lose von der Decke – oder besser dem, was davon übrigblieb.“
„De roestbruine stalen balken liggen bloot, de glaswol torent op tot vuile hopen, tientallen kabels hangen los van het plafond – of beter gezegd van wat ervan overbleef.“