Die Kinder bekommen heute Hafergrütze zum Frühstück.
De kinderen krijgen vandaag havergort als ontbijt.
„Man macht daraus die Hafergrütze […], indem man auf der Mühle die Spelzen abstossen lässt.“
„Men maakt daaruit de havergort […], door op de molen de kafjes te laten verwijderen.“