Interrogativpronomen leiten Ergänzungsfragen oder indirekte Fragen ein.
Vragende voornaamwoorden leiden aanvullingsvragen of indirecte vragen in.
Interrogativpronomen in einer Ergänzungsfrage: „Wer kommt heute zu Besuch?“
Vragend voornaamwoord in een aanvullingsvraag: „Wie komt vandaag op bezoek?“