Die Jugend erlebt man eher unbeschwert als das Alter.
De jeugdtijd beleef je eerder onbezorgd dan de ouderdom.
„Wenn meine Großmutter von Mamans Jugend sprach, klang sie immer wie ein Kunsthändler, der einem inzwischen hoch gehandelten Werk nachtrauerte, das er vor langer Zeit viel zu günstig verkauft hatte.“
"Wanneer mijn grootmoeder over mama's jeugdtijd sprak, klonk zij altijd als een kunsthandelaar die een inmiddels hooggewaardeerd werk betreurde dat hij lang geleden veel te goedkoop had verkocht."