bestimmter Gegenstand, der zur Explosion gebracht werden kann, die mit einem kurzen lauten Knall einhergeht
„Der deutsche Torwart [Georg Koch] spielte bei Rapid Wien, als 2008 ein Knallkörper in seiner unmittelbaren Nähe explodierte.“
„De Duitse doelman [Georg Koch] speelde bij Rapid Wien toen in 2008 een knalstuk in zijn onmiddellijke nabijheid ontplofte.”
„Deshalb sind Aktionen, die dazu aufrufen, daß man spenden soll statt Knallkörper kaufen, ein totaler Blödsinn. Weil viele Menschen in der Dritten Welt davon leben.“
„Daarom zijn acties die oproepen dat men moet doneren in plaats van knalstukken te kopen, totale onzin. Omdat veel mensen in de Derde Wereld daarvan leven.”