„Knauserigkeit wurde zu einem gesellschaftlichen Wert, den wir als selbstverständlich akzeptiert haben.“
„Gierigheid werd tot een maatschappelijke waarde die wij als vanzelfsprekend hebben aanvaard.“
„Die Vermutung liegt also nahe, dass wir im Gedanken an den Tod alle Habsucht und Knauserigkeit fahren lassen.“
„Het vermoeden ligt dus voor de hand dat wij in gedachten aan de dood alle hebzucht en gierigheid laten varen.“