„Er war ein Lebemann und kannte sich aus.“
„Hij was een levensgenieter en wist van wanten."
„Pückler bewundert ihn sehr dafür, aber auch, daß Barras es geschafft hat, als Lebemann und homme à femme die schwierigsten Zeitläufte zu überstehen.“
„Pückler bewondert hem daar zeer om, maar ook omdat Barras het als levensgenieter en homme à femme voor elkaar heeft gekregen de moeilijkste tijden te doorstaan."