„Ein Vorhang fiel, entrollte sich in einem Wirbel von Staub und Käferhüllen und getrocknetem Mäusedreck.“
„Een gordijn viel, ontrolde zich in een werveling van stof en keverschilden en gedroogde muizenpoep.“
„Die Zweige, verdreht und dunkelbraun angelaufen. Auf jedem balanciert ein schwarzer Reispfad aus getrocknetem Mäusedreck.“
„De takken, verwrongen en donkerbruin verkleurd. Op elke tak balanceert een zwart rijstpad van gedroogde muizenpoep.“