
modaliteitswerkwoord- groep werkwoorden die samen met andere werkwoorden het gezegde vormen en in onderscheid met modale werkwoorden de infinitief met te aansluiten. zij dienen voor de uitdrukking van de stellingname van de spreker (de modaliteit) ten opzichte van wat wordt geuit
Gruppe von Verben, die mit anderen Verben zusammen das Prädikat bilden und im Unterschied zu Modalverben den Infinitiv mit zu anschließen. Sie dienen dem Ausdruck der Stellungnahme des Sprechers (der Modalität) zu dem, was geäußert wird