„Dann mag er die Scharteke, die er Ihnen letzten Sonnabend vorgelesen, man in den Papierkorb werfen, oder die Frau Gräfin ihre Locken drein wickeln.“
„Laat hij dan het prulboek dat hij u afgelopen zaterdag heeft voorgelezen maar in de prullenbak gooien, of laat mevrouw de gravin haar lokken erin wikkelen.“
2
oud besje- oudere vrouwelijke persoon
ältere weibliche Person
Du kannst ja die Bibliothekarin fragen, oder sprichst du mit der alten Scharteke nicht mal mehr?
Je kunt het toch aan de bibliothecaresse vragen, of spreek je met dat oude besje niet eens meer?
3
prulstuk- waardeloos toneelstuk
Theaterstück ohne Wert
Heutzutage bringen sie nur noch Scharteken auf die Bühne.
Tegenwoordig brengen ze alleen nog prulstukken op het toneel.