
schot- afvuren van een wapen
Abfeuern einer Waffe
schieten- het verloop van het schieten, van het afvuren tot het binnendringen van het projectiel in het doel (of ernaast)
der Vorgang des Schießens, vom Abfeuern bis zum Eindringen des Geschosses ins Ziel (oder daneben)
kogel- hoeveelheidsaanduiding van het betreffende projectiel
Mengenangabe des jeweiligen Geschosses
trap- trappen van een bal
Treten eines Balles
scheutje- iets, een kleinere hoeveelheid (met betrekking tot vloeistoffen)
etwas, eine kleinere Menge (in Bezug auf Flüssigkeiten)
shot- injectie van een drug
Injektion einer Droge
opname- de opname van een bewegend beeld (video / film)
die Aufzeichnung eines bewegten Bildes (Video / Film)
inslagdraad- weverij: de bij het weven door de ketting gevoerde draad
Weberei: der beim Weben durch die Kette geführte Faden
tik- lichte gekheid
leichte Verrücktheit
groeischeut- bijzonder snelle groei
besonders schnelles Wachsen