Wollen wir uns morgen zu einem Schwätzchen treffen? Wir haben uns ja eine Ewigkeit nicht gesehen.
Zullen we morgen afspreken voor een babbeltje? We hebben elkaar ja een eeuwigheid niet gezien.
„Gelegentlich tauchte Fabiola bei ihm auf, was die beiden meist zu einem privaten Schwätzchen nutzten.“
“Af en toe dook Fabiola bij hem op, wat de twee meestal voor een onderonsje gebruikten.”