„Hat Gott mit der babylonischen Sprachenverwirrung alles getan, um die Menschen vor dem Schlimmen zu bewahren?“
"Heeft God met de Babylonische talenverwarring alles gedaan om de mensen voor het kwade te behoeden?"
„Der sumerische Bericht, der die „Sprachenverwirrung“ beinhaltet, war den Juden aus dem babylonischen Exil bekannt.“
"Het Soemerische verslag dat de 'talenverwarring' inhoudt, was bij de Joden uit de Babylonische ballingschap bekend."