onvolkomenheid- eigenschap/toestand om met zwakheden of gebreken behept of niet volledig te zijn
Eigenschaft/Zustand, mit Schwächen oder Mängeln behaftet oder nicht vollständig zu sein
„Daniel Kahneman liebt solche kleinen Experimente, die in die Irre führen und seinen Lesern ihre eigene Unvollkommenheit verdeutlichen.“
"Daniel Kahneman houdt van zulke kleine experimenten die misleiden en zijn lezers hun eigen onvolkomenheid duidelijk maken."
„Doch nur wer seine Unvollkommenheit akzeptiert, kann Momente des Glücks im Sport entdecken.“
"Maar alleen wie zijn onvolkomenheid aanvaardt, kan momenten van geluk in de sport ontdekken."
2
gebrek- iets dat [1] vertoont
etwas, das [1] aufweist
„Wir lachen über die Unvollkommenheiten des Lebens, am liebsten über die Unvollkommenheiten derer, die sich für vollkommen halten, und das sind meistens ‚die da oben‘.“
"Wij lachen om de gebreken van het leven, het liefst om de gebreken van hen die zich volmaakt wanen, en dat zijn meestal 'die daarboven'."