„Während Aurich auf den Teppich starrte, stakte steifbeinig ein Weberknecht in den Sonnenfleck.“
„Terwijl Aurich naar het tapijt staarde, stapte stijfbenig een hooiwagen de zonnevlek in.“
„Wieder, wie schon vor einigen Stunden beim Anblick des Weberknechts im Sonnenfleck, überkam Aurich die nun schon bekannte Erregung und begann sein Herz in unmäßigem Tempo zu schlagen.“
„Opnieuw, zoals enkele uren eerder bij het zien van de hooiwagen in de zonnevlek, overviel Aurich de inmiddels bekende opwinding en begon zijn hart in een onmatig tempo te slaan.“