ein Gegenstand der einen hohen materiellen/monetären oder auch emotionalen Wert hat
Er musste viele seiner Wertgegenstände in einem Pfandhaus zu Geld machen.
Hij moest veel van zijn waardevolle voorwerpen in een pandjeshuis te gelde maken.
„Die übrigen Ersparnisse und Wertgegenstände mußten auf der Bank auf einem Sperrkonto deponiert werden.“
„De overige spaargelden en waardevolle voorwerpen moesten op de bank op een geblokkeerde rekening worden gedeponeerd.“