Mit Zeitungssprache sind die Ausdrucksmittel gemeint, die die Zeitungen aufgrund ihrer besonderen Produktions- und Verbreitungsbedingungen nutzen.
Met krantentaal worden de uitdrukkingsmiddelen bedoeld die de kranten vanwege hun bijzondere productie- en verspreidingsomstandigheden gebruiken.
„Löfflers Varietäten-Modell unterscheidet bei den Mediolekten geschriebener und gesprochener Sprache, bei den Funktiolekten gibt es eigens die Kategorie des Pressewesens bzw. der Zeitungssprache.“
„Het variëteitenmodel van Löffler onderscheidt bij de mediolecten geschreven en gesproken taal, bij de functiolecten is er apart de categorie van het perswezen oftewel de krantentaal.“