
afbomen- weefsel van de garenboom afnemen
(Gewebe) vom Garnbaum abnehmen
uitbomen- een boom vliegend of klimmend verlaten, door de jager of wind naar beneden gehaald of geblazen worden
einen Baum fliegend/kletternd verlassen, vom Jäger/Wind heruntergenommen/heruntergeblasen werden
afduwen met boom- voor een schip met behulp van een rondhout (boom) afstand tot de kade creëren, om aan beide zijden ruimte voor het laden en lossen te hebben
für ein Schiff mittels einer Spiere (Baum) Abstand zum Kai schaffen, um beidseitig Platz zum Be- und Entladen zu haben