I bi owe zu dir und hob da an Kaffä gmacht.
Ik ben naar beneden naar je toe gekomen en heb daar koffie gezet.
„»Tuan mer die hintere Kuah vorn hi«, hat der Bauer g'sagt, »und die vordere in Keller owi, nachher hab'n mir allerweil a frische Muich!«“
“Zet de achterste koe maar naar voren”, zei de boer, “en de voorste naar beneden in de kelder, dan hebben we altijd verse melk!”