
ophalen- van een plaats meenemen om het (met zich mee) naar een andere plaats te brengen
von einem Ort nehmen, um es (mit sich) an einen anderen zu bringen
afhalen- iemand op een afgesproken plaats ontmoeten en met hem naar een andere plaats gaan
jemand an einem vereinbarten Ort treffen und mit ihm an einen anderen Ort gehen
arresteren- arresteren
verhaften
aansluiten bij- bij het begin van het gesprek ingaan op de (geestelijke) gesteldheid van de gesprekspartner
beim Gesprächsanfang auf die (seelische) Verfassung des Gegenübers eingehen