
neerleggen- wegleggen, neerleggen, ergens heen leggen
fortlegen, niederlegen, irgendwohin legen
archiveren- iets wat bewerkt is, niet meer nodig is, ter bewaring wegleggen
etwas was bearbeitet ist, nicht mehr benötigt wird, zur Aufbewahrung weglegen
uittrekken- een kledingstuk uittrekken
ein Kleidungsstück ausziehen
afdoen- niet meer dragen
nicht mehr tragen
afwennen- zich van iets bevrijden
sich von etwas frei machen
afleggen- op schriftelijke of mondelinge wijze iets presteren wat van de betrokkene als bewijs voor iets wordt geëist
auf schriftliche oder mündliche Weise etwas leisten, was von dem Betreffenden als Beweis für etwas gefordert wird
uitvaren- van de aanlegplaats weer wegvaren
von der Anlegestelle wieder wegfahren