
ondertussen- in de tussentijd, ondertussen
in der Zwischenzeit, währenddessen
omdat- omdat
weil
woordherkomst- dem woord alldieweil liggen als voorvormen het oudhoogduitse thiu hwīla sō of thiu wīla sō ‘zo lang als’ en het middelhoogduitse die wīle sō en al die wīle sō ‘zo lang als, terwijl’ ten grondslag. in het middelnederduits bestonden de wīle, der wīle, al de wīle en alle de wīle, in het middelnederlands werd de wīle dat gebruikt en in het oudengels kende men þā hwīle þe. al deze uitdrukkingen bevatten een voorvorm van het zelfstandig naamwoord Weile als temporele accusatief. de aan de zin aanknopende sō verviel later en zo werd het voegwoord al in het middelhoogduits tot die wīle ‘zolang, terwijl’, waaruit in het nieuwhoogduits naast dieweil ook alldieweil ontstond, dat in de 15e eeuw tot weil werd verkort.
Dem Wort alldieweil liegen als Vorformen das althochdeutsche thiu hwīla sō oder thiu wīla sō ‚so lange wie‘ und das mittelhochdeutsche die wīle sō und al die wīle sō ‚so lange wie, während‘ zugrunde. Im Mittelniederdeutschen gab es de wīle, der wīle, al de wīle und alle de wīle, im Mittelniederländischen wurde de wīle dat benutzt und im Altenglischen kannte man þā hwīle þe ^(→ ang). All diese Ausdrücke enthalten eine Vorform des Substantivs Weile als temporalen Akkusativ. Das an den Satz anknüpfende sō entfiel später und so wurde die Subjunktion bereits im Mittelhochdeutschen zu die wīle ‚solange, während‘, woraus im Neuhochdeutschen neben dieweil auch alldieweil entstand, das im 15. Jahrhundert zu weil verkürzt wurde.