
auditief- de gehoorzin of het gehoororgaan betreffend; het horen betreffend
den Gehörsinn oder das Gehörorgan betreffend; das Hören betreffend
hoorvaardig- in staat menselijke spraakklanken op te nemen en te kunnen analyseren
fähig, menschliche Sprachlaute aufnehmen und analysieren zu können
auditief ingesteld- vooral via de gehoorzin aanspreekbaar, lerend, opnemend, begaafd
vorwiegend über den Gehörsinn ansprechbar, lernend, aufnehmend, begabt