„Zwei Drittel des Teiges auswalken und auf ein mit Backpapier belegtes Blech legen […].“
“Twee derde van het deeg uitrollen en op een met bakpapier beklede bakplaat leggen […].”
„Die Butter wird sehr schaumig gerührt, die übrigen Zutaten hinzugetan, der Teig gut messerrückendick ausgewalkt, kleine Schnitten abgeradelt und gebacken.“
“De boter wordt zeer schuimig geroerd, de overige ingrediënten toegevoegd, het deeg goed mesrugdik uitgerold, kleine plakjes afgesneden en gebakken.”