etwas, seltener jemandem, (zu transportierende) Güter (wie zum Beispiel Gepäck, Pakete oder auch Waren) aufladen
„Sie bepackten den Schlitten mit Reiseproviant und Mitbringseln für Mrs Gamely.“
“Zij bepakten de slee met reisproviand en meegebrachte cadeaus voor Mrs Gamely.”
„So wundern wir uns z.B. warum im Moment so viele Nepalis schwer bepackt mit Lebensmitteln und Baumaterial durch die Berge gehen.“
“Zo verwonderen wij ons er bijvoorbeeld over waarom op het moment zoveel Nepalezen zwaar bepakt met levensmiddelen en bouwmateriaal door de bergen lopen.”