
boog- gebogen, in de regel wiskundig beschrijfbare lijn, kromme
gekrümmte, in der Regel mathematisch beschreibbare Linie, Kurve
draagboog- bouwdeel boven openingen en ruimten voor het dragen van daarboven liggende bouwdelen
Bauteil über Öffnungen und Räumen zum Tragen darüberliegender Bauteile
handboog- uit hout vervaardigd en van een pees voorzien schietwapen voor het afschieten van pijlen
aus Holz gefertigte und mit einer Sehne versehene Schusswaffe zum Abschießen von Pfeilen
vel- volgens bepaalde maten gesneden/geschept groot blad papier, in het bijzonder wanneer het gevouwen (gebogen) is
nach bestimmten Maßen beschnittenes/geschöpftes großes Blatt Papier, insbesondere, wenn es gefaltet (gebogen) ist
strijkstok- met haar bespannen houten stok voor het bespelen van snaarinstrumenten (meervoud 2: bogen)
mit Haar bespannter hölzerner Stab zum Bespielen von Saiteninstrumenten (Plural 2: Bögen)
legatoboog- element van de muzieknotatie boven twee even hoge noten ter verlenging van de toon
Element der Notenschrift über zwei gleich hohe Noten zur Verlängerung des Tones
zadelboom- houten geraamte van het zadel
Holzgerüst des Sattels