
uitrekken- iets uitzetten, strekken, vergroten
etwas ausweiten, strecken, vergrößern
rekken- spieren, spierbanden strekken, losmaken, overstrekken
Muskeln, Muskelbänder strecken, lockern, überdehnen
vertragen- iets in de tijd uitrekken, vertragen
etwas zeitlich hinausziehen, hinauszögern