inlijven- overnemen, in iets betrekken of in iets opnemen
übernehmen, mit in etwas einbeziehen oder in etwas aufnehmen
Der König verleibte das Reich seines Kontrahenten ein.
De koning lijfde het rijk van zijn tegenstander in.
„[…] ohne EU droht auch heute Krieg: Widerstünde ein Viktor Orbán wirklich der Versuchung, die ungarischen Minderheiten aus dem Umland einzuverleiben?“
„[…] zonder EU dreigt ook vandaag oorlog: zou een Viktor Orbán echt de verleiding weerstaan om de Hongaarse minderheden uit het ommeland in te lijven?“
2
verorberen- tot zich nemen, eten
zu sich nehmen, essen
Jetzt könnte ich mir ganz alleine eine Riesenpizza einverleiben.
Nu zou ik helemaal alleen een reuzenpizza kunnen verorberen.
3
zich eigen maken- aan zijn kennis toevoegen
zu seinem Wissen hinzufügen
Vor der Prüfung muss ich mir auch noch die erste Hälfte vom Band 2 einverleiben.
Voor het examen moet ik me ook nog de eerste helft van deel 2 eigen maken.