
ontsluieren- een sluier van iets (ook van zichzelf) wegnemen/verwijderen; een versluiering afleggen
einen Schleier von etwas (auch von sich) wegnehmen/entfernen; eine Verschleierung ablegen
onthullen- iets onthullen, blootleggen, openbaren, inhoud vrijgeven/herkenbaar maken
etwas enthüllen, offenlegen, aufdecken, Inhalt freigeben/zu erkennen geben