
wezenlijk- wezenlijk, tot het wezen (van een zaak) behorend
wesentlich, zum Wesen (einer Sache) gehörig
levensnoodzakelijk- levensnoodzakelijk
lebensnotwendig
wezenseigen- wezenseigen, (vanaf de geboorte) tot het wezen (van de mens) behorend
wesensmäßig, (von Geburt an) zum Wesen (eines/des Menschen) gehörig
idiopathisch- alleenstaand voorkomend, niet naar een ziekte verwijzend
alleinstehend vorhanden seiend, nicht auf eine Krankheit verweisend