etwas bereits zu einem anderen Zeitpunkt Gebackenes erneut kurz in starker Hitze erwärmen, bis es gar/fertig ist
„Nach dem Hauptgericht wird Frau Zittel den Teig in eine Pfanne mit heißer Butter gießen, darüber einige Rosinen streuen, um den Kaiserschmarrn im Rohr fertigzubacken.“
“Na het hoofdgerecht zal mevrouw Zittel het deeg in een pan met hete boter gieten, er enkele rozijnen over strooien, om de Kaiserschmarrn in de oven af te bakken.”
„Tiefgekühlte Produkte im Original Back's Ofen oder im E-Herd fertigbacken und jederzeit ofenfrisch genießen, kinderleichte Zubereitung.“
“Diepvriesproducten in de originele Back’s oven of in de elektrische oven afbakken en altijd ovenvers genieten, kinderspel in de bereiding.”