
vrijgeven- iets (een product, object van een controle) als bruikbaar/beschikbaar verklaren
etwas (ein Produkt, Objekt einer Kontrolle) als benutzbar/verfügbar erklären
vrijlaten- iemand uit de gevangenschap ontslaan
jemanden aus der Haft entlassen
losmaken- een binding losmaken
eine Bindung lösen
vrijaf geven- iemand vrije tijd, vakantie geven
jemandem Freizeit, Urlaub geben