Furchtlos zog er in die Schlacht.
Onbevreesd trok hij ten strijde.
„Unermüdlich ging er von Zelle zu Zelle […] stets sein eigenes Leid vergessend, völlig furchtlos, was die eigene Person anging.“
“Onvermoeibaar ging hij van cel tot cel […] steeds zijn eigen leed vergetend, volkomen onbevreesd wat de eigen persoon betrof.”