Speise auf Mehlbasis, welche auf einem Backblech oder in einer Form in einem Ofen oder in Fett in einer Pfanne eine ausreichend lange Zeit ausgebacken wurde
„Ach, wenn meine Gattin aufwacht, nimmt sie gern eine Tasse Tee mit etwas Gebäck.“ (Loriot)
„Och, als mijn echtgenote wakker wordt, neemt ze graag een kopje thee met wat gebak.“
„Der Verein für Konsumenteninformation hat rechtzeitig zur Krapfen-Hochsaison das beliebte Gebäck unter die Lupe genommen. 13 Faschingskrapfen in der gängigsten Variante, also mit Füllung aus Marillenmarmelade, wurden untersucht.“
„De vereniging voor consumenteninformatie heeft net op tijd voor het hoogseizoen van de berliner het geliefde gebak onder de loep genomen. 13 carnavalsberliners in de gangbaarste variant, dus met vulling van abrikozenjam, werden onderzocht.“