
geslacht- eigenschap van hogere levende wezens om mannelijk of vrouwelijk te zijn (met inbegrip van meng- of tussenvormen)
die Eigenschaft höherer Lebewesen, männlich oder weiblich zu sein (einschließlich Misch- oder Zwischenformen)
sekse- groep van ofwel alle mannelijke mensen ofwel alle vrouwelijke
die Gruppe entweder aller männlicher Menschen oder aller weiblicher
geslachtsdeel- geslachtsdeel
Geschlechtsteil
soort- groep van levende wezens die voldoende op elkaar lijken om onderling voortplantingsfähig te zijn (soort) of groep van nauw verwante soorten (geslacht) – in het bijzonder het mensdom (ook in de mythologie en overdrachtelijk van dingen of abstracta)
Gruppe von Lebewesen, die sich ausreichend ähnlich sind, um untereinander fortpflanzungsfähig zu sein (Art) oder Gruppe nah verwandter Arten (Gattung) – insbesondere das Menschengeschlecht (auch in der Mythologie sowie übertragen von Dingen oder Abstrakta)
dynastie- grote, vaak voorname of belangrijke familie over meerdere generaties heen
große, oft vornehme oder bedeutende Familie über mehrere Generationen hinweg
woordgeslacht- grammaticale categorie van zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, lidwoorden en voornaamwoorden (substantieven, adjectieven, artikelen, pronomina), dus van nomina (nomen; in traditioneel ruimere zin)
grammatische Kategorie von Hauptwörtern, Beiwörtern, Geschlechtswörtern und Fürwörtern (Substantiven, Adjektiven, Artikeln, Pronomen), also von Nennwörtern (Nomen; im traditionellen weiteren Sinn)
generatie- geheel van mensen die tegelijk tot dezelfde leeftijdsgroep behoren
Gesamtheit von Menschen, die gleichzeitig derselben Altersgruppe angehören
genus- topologische invariant die dient voor de classificatie van algebraïsche oppervlakken
eine topologische Invariante, die zur Klassifikation von algebraischen Flächen dient