„Und Jakob zerriß seine Kleider und legte ein härenes Tuch um seine Lenden und trug Leid um seinen Sohn lange Zeit.“
„En Jakob scheurde zijn kleren en legde een haren doek om zijn lendenen en rouwde lange tijd om zijn zoon.“
„Speiset nur einmal des Tags, lebt wie ein Klausner, kasteit sich, trägt ein härenes Kleid auf bloßem Leibe (…)“
„Eet slechts eenmaal per dag, leef als een kluizenaar, kastijd u, draag een haren kleed op het blote lichaam (…)“