
handelen- iets doen, maken, werken
etwas machen, tun, arbeiten
handeldrijven- met iemand of met iets zaken doen
mit jemandem oder mit etwas Geschäfte machen
gaan over- over iets vertellen, om iets draaien
von etwas erzählen, sich um etwas drehen
gaan om- er is / het is
es gibt/ es ist
afdingen- over iets marchanderen
um etwas feilschen
afhandelen- op een bepaalde manier met iets of iemand omgaan
auf eine bestimmte Weise mit etwas oder jemandem umgehen