sehr starke Abneigung gegen jemanden oder etwas, welche meist Aggression induziert
Das hat er aus Hass getan.
Dat heeft hij uit haat gedaan.
„Daher waren Christenfeinde in der frühen Kaiserzeit weniger von Hass gegen die neue Lehre erfüllt; ihre Abneigung entsprang vielmehr ihrer affirmativen Haltung zum Imperium.“
„Daarom waren christenvijanden in de vroege keizertijd minder van haat tegen de nieuwe leer vervuld; hun afkeer ontsproot veeleer aan hun bevestigende houding tegenover het imperium.“