
neerleggen- iets op een bepaalde plaats leggen, niet meer dragen
etwas an einen bestimmten Ort legen, nicht mehr tragen
gaan liggen- gaan slapen of gaan uitrusten
schlafen oder sich ausruhen gehen
neerzetten- indrukwekkend, met kunde ten gehore brengen
eindrucksvoll, mit Können darbieten
neertellen- betalen
bezahlen
neervallen- vallen
hinfallen