„Fitzroy klappte augenblicklich vornüber zusammen; offenbar waren sie die Treppe hinuntergerannt.“
“Fitzroy klapte onmiddellijk voorover in elkaar; kennelijk waren zij de trap naar beneden gerend.”
„Dann aufstehen, das Gewehr liegen lassen, zu den Treppen laufen, hinunterrennen, die Leiter aufstellen, über die Mauer klettern.“
“Dan opstaan, het geweer laten liggen, naar de trappen lopen, naar beneden rennen, de ladder opstellen, over de muur klimmen.”