Kohlhof zupft an den Hosenbeinen, krempelt, zerrt, reibt, knittert, bis das gute Stück aussieht wie tagelang getragen.
Kohlhof trekt aan de broekspijpen, rolt op, trekt, wrijft, verkreukelt, tot het goede stuk eruitziet als dagenlang gedragen.
Für andere Arbeiten legte er Schnüre unter nasses Papier und erzeugte so eine Art Blinddruck; er knitterte Papierbögen, die – anschließend mit Farbe getränkt – fein verästelte Gewebe erzeugten.
Voor andere werken legde hij touwen onder nat papier en maakte zo een soort blinddruk; hij verkreukelde vellen papier die – daarna met verf doordrenkt – fijnvertakte weefsels opleverden.