„Die Beschäftigung mit dem Totenreich der Vergangenheit ist sinnlos, wenn sie nicht der Sinngebung der lebendigen Gegenwart dient.“:[1] Man fand ihn noch lebendig vor.
„Het bezig zijn met het dodenrijk van het verleden is zinloos als het niet dient voor de zingeving van het levende heden.": Men vond hem nog levend aan.